Het Luftminenlager van Fliegerhorst Deelen

Het Luftminenlager van Fliegerhorst Deelen. Een veldbezoek aan een voormalig munitiedepot behorende bij het Duitse militaire vliegveld in het huidige park De Hoge Veluwe

M. Reinders

Op 7 maart 2012 heb ik met Hans Timmerman (specialist Tweede Wereldoorlog bij de Gelderland Biblioheek) een deel van het voormalige militaire vliegveld (Fliegerhorst) Deelen bezocht. Dit verslag is hier een direct resultaat van. Het gaat hier om het gebied waar een deel van de munitie ten behoeve van het vliegveld opgeslagen lag. De exacte locatie wordt in dit artikel achterwege gelaten.

Het gebied bestaat tegenwoordig uit heide met groepjes bomen en een stuk bos en het heeft een oppervlakte van circa 12 hectare.

Tijdens de wandeling bedacht ik dat het nuttig zou zijn een kort verslag te schrijven over onze bevindingen die dag. Het bleek namelijk heel goed mogelijk om enkel door het nalopen van de kaarten zowel fundamenten van panden op te sporen als vondsten te doen. Daar er (zover bekend) geen specifieke literatuur bestaat over dit deel van Deelen, kunnen al deze observaties leiden tot nieuwe informatie.

Voor mij persoonlijk heeft dit specifieke onderdeel van de Fliegerhorst, daar waar een deel van de munitie werd opgeslagen, een meerwaarde omdat het een raakvlak heeft met mijn eindscriptie. Dit onderzoek behelsde een cultuurhistorisch en archeologisch onderzoek naar het voormalige Duitse Munitionslager in de gemeente Apeldoorn (Reinders 2012).

Toekomstig gebruik

Het bewuste gebied in het park De Hoge Veluwe (ten noorden van Arnhem) is, zover bekend, sinds enkele jaren na de oorlog altijd opengesteld geweest voor wandelaars en, sinds de aanleg van een fietspad, fietsers. Wat er in de toekomst met het gebied zal gaan gebeuren is onbekend, echter zijn tijdens het bezoek wel stukken heide waargenomen die afgeplagd waren. Dit gebeurt echter met regelmaat en op verschillende andere plaatsen over de hele Veluwe, ook buiten het Park. Er is geen contact opgenomen met de lokale jachtopziener of de grondeigenaar.

 

Historisch gebruik

Het gebied droeg tussen 1830 en 1850 reeds dezelfde toponiemen als dat het in de jaren ’40 deed. Ook bestond het, zoals nu, uit heide met een klein stuk bos. Het is waarschijnlijk, behalve tijdens de Tweede Wereldoorlog, nooit bebouwd geweest.

Fliegerhorst Deelen was tijdens de Tweede Wereldoorlog een van de grootste militaire vliegvelden van Nederland, uiteraard in dienst van het Duitse leger. Voor de oorlog lag er een klein vliegveld dat vanaf 1940 door de Duitse bezetter ten behoeve van de Luftwaffe (luchtmacht) enorm werd uitgebreid. Grote delen van Nationaal Park de Hoge Veluwe werden voor het vliegveld gevorderd. Naast enkele start- en landingsbanen, vele panden zoals onderkomens voor personeel, vliegtuighangars en munitiebunkers werd er een gedetailleerde infrastructuur aangelegd.

De plaats was zeer strategisch gekozen:

–          Ten eerste lag er al een klein vliegveld;

–          Ten tweede was het gebied omgeven door de Hoge Veluwe. Dat bood mogelijkheden tot camouflage tegen geallieerde verkenningsvliegtuigen, jachtvliegtuigen en bommenwerpers door de vele bossen als dat het ver van de bewoonde wereld gelegen was, dus zonder ‘pottenkijkers’ in de buurt;

–          Ten derde lag de basis in het midden van ons land en tussen Duitsland en Engeland in.

De omgeving van Arnhem, zo ook Deelen, werd vlak voor Operation Market Garden en de Slag om Arnhem in augustus en september 1944 door de geallieerden zwaar gebombardeerd. Door deze vernietigingen werd Deelen in begin september 1944 door de Duitsers al vrijwel opgegeven, om uiteindelijk zijn functie geheel te verliezen. Na de oorlog nam de Koninklijke Luchtmacht het vliegveld over. Een deel echter, zoals ook het bezochte deel, werd eigendom van De Hoge Veluwe. De tegenwoordige naoorlogse vliegbasis is dus kleiner dan toen de Luftwaffe er zetelde. Bijna alle bouwwerken in het deel dat thans niet meer tot defensieterrein behoort op het terrein van de Hoge Veluwe werd afgebroken, zoals alle panden binnen het bezochte gebied. Dit is uitgevoerd door de Heidemaatschappij. Tevens moet er rekening gehouden worden met vernieling door de Duitsers zelf, tijdens hun aftocht in de laatste weken van de oorlog.

Het is op dit moment nog niet bekend wanneer het bezochte terrein bij de Fliegerhorst is gevoegd en de bouwwerken aldaar zijn gebouwd. Bekend is wel dat er munitie lag opgeslagen ten behoeve van het militaire vliegveld en dat het Luftminenlager genoemd werd. De munitie kon direct worden af- en aangeleverd bij het einde van de spoorlijn die van daaruit naar Wolfheze liep en aansloot op de lijn Utrecht-Arnhem. Het hele traject is afgebroken, maar is deels nog in het veld te herkennen door bijvoorbeeld een verhoogd spoordijkje (Timmerman 2012). Dit traject wordt niet behandeld in dit verslag.

 

Figuur 1. Detail van de Duitse kaart van Fliegerhorst Deelen (Lageplan No. 37), afkomstig uit het Bundesarchiv Militärachiv te Freiburg (bron: Hans Timmerman). De cijfers geven de bezochte deellocaties aan (zie ook de tabellen 1 en 2).

 

Figuur 2. Detail van de Engelse luchtfoto gemaakt op 12 september 1944 (bron: Gelders Archief).

 

Figuur 3. Oblique luchtfoto van het bezochte gebied van 6 april 1945 (bron: Gelders Archief).

 

Figuur 4. Hans wijst de locatie aan die zichzelf zojuist heeft verraden doordat de betonnen fundering deels zichtbaar is. Daarnaast is deze plek, zoals anderen, te herkennen aan het verschil in vegetatie en de ietwat hogere ligging ten opzichte van de omgeving (foto van de auteur).

 

Fliegerhorst Deelen kende, naast dit Luftminenlager, nog minstens twee andere munitieopslagplaatsen. Zo bestond er een voor boordwapenmunitie en een die waarschijnlijk gebruikt werd voor de opslag van klein kaliber munitie (KKM) en andere munitieonderdelen.

De munitie bestond hoofdzakelijk uit Lufttorpedo’s (aangegeven met L.T.) en Luftminen (aangegeven met L.M.) en in mindere mate KKM en ontstekers. In 1944 lagen er zelfs V1’s opgeslagen. De Luftminen en Lufttorpedo’s waren binnen het depot, afzonderlijk van elkaar opgeslagen. Ook de bouwwerken verschilden van elkaar: voor de L.M. werd een andere type bouwwerk gebruikt dan voor de L.T. (al deze gegevens: Timmerman 2012 en persoonlijke communicatie met Hans Timmerman).

In de periode tussen mei 1940 en 1944 zijn naast infrastructuur tussen de 20 en 30 panden aangelegd. Deze zijn aangegeven op verschillende kaarten en zelfs zichtbaar op Engelse luchtfoto’s, echter is door de grote hoogte en de loodrechte opname van boven af niet goed te zien uit wat voor materiaal deze waren opgetrokken en hoe ze er precies uitzagen, bijvoorbeeld hoe hoog ze waren. De luchtfoto’s van de R.A.F. (Royal Air Force, de Britse luchtmacht) van 6 april 1945, die oblique (schuin) zijn genomen, geven wel een goed beeld van de aard van de gebouwen. Het terrein was een omheind gebied binnen een omheind gebied, namelijk het vliegveld.

 

De munitieopslaglocatie is grofweg in drie delen op te delen;

  1. De kleinere min of meer vierkante panden in het zuidwestelijk deel, waar de Luftminen opgeslagen lagen;
  2. De drie langwerpige panden in het noordwestelijk deel, waar de Lufttorpedo’s opgeslagen lagen;

3    De overige bouwwerken van verschillende vorm en grootte in het oostelijk deel dat voornamelijk uit bos bestaat, waaronder zeven kleinere bouwwerken, aan twee zijden van een pad dat van noord naar zuid loopt in het oostelijk deel van het depot. Daar lag destijds KKM en ontstekers opgeslagen.

Na de oorlog is Deelen in gebruik geweest als dumplocatie (‘demob’) door Canadese militairen.  Het is niet bekend of het Luftminenlager hier ook bij hoorde. Tienduizenden voertuigen en ander militair materieel stonden hier opgesteld. Het deel van het vliegveld dat weer door de Hoge Veluwe in gebruik is genomen is door de Heidemaatschappij. Een ander deel (inclusief Duitse bouwwerken) is thans nog altijd door Defensie als terrein in gebruik.

 

Onderzoeksmethode

Ons bezoek was mogelijk door vooronderzoek (uitgevoerd door Hans) dat bestond uit het opzoeken en bestuderen van kaartmateriaal en luchtfoto’s uit de periode van het bestaan van Fliegerhorst Deelen en eerdere veldbezoeken aan het gebied. De documentatie werd in het veld meegenomen in de vorm van geprinte blaadjes en door oriëntatie moest het mogelijk zijn de aangegeven plekken terug te vinden, zowel paden als voormalige bouwwerken.  Er is geen GPS gebruikt.

Omdat er voor het veldbezoek geen vraagstelling is opgesteld, maar het idee van het verslag pas kwam tijdens het wandelen, zijn ook naderhand geen onderzoeksvragen opgesteld. Dit product wordt om die reden dan ook met opzet geen rapport genoemd, maar een verslag van een veldbezoek.

Voor een dergelijk “onderzoek” is improvisatie nodig. Zo zijn alle bezochte locaties genummerd (zie figuur 1). Ook is de hele munitieopslag opgedeeld in drie delen (zie vorig hoofdstuk). Hier wordt in het volgende hoofdstuk, alsmede de sporen- en vondstenlijst (tabellen 1 en 2) naar verwezen. De locaties zijn gebaseerd op de Duitse kaart van de Fliegerhorst.

Verder moet nog vermeld worden dat niet het complete Luftminenlager bezocht is. Op het noordwestelijk deel na is het overgrote deel echter wel bezocht.

Tot slot moet benadrukt worden dat tijdens het veldbezoek louter gebruik is gemaakt van het (getrainde) blote oog. Er is geen graafmateriaal (schep) of metaaldetector gebruikt.

 

Beschrijving van de aangetroffen vondsten en sporen

In het hele gebied is geen enkel rest van munitie of wapentuig aangetroffen tijdens het veldbezoek. Dit zal na de oorlog opgeruimd zijn. De mogelijke resten onder de grond worden hierbij niet meegerekend. Het is wel bekend dat in de afgelopen decennia in de omgeving dit soort vondsten zijn gedaan door ‘zoekers’.

Deel 1 – Panden in het Luftminen gedeelte

Op de heide, in het zuidwestelijk deel, worden de opslagpunten op de Duitse kaart aangegeven met de letters L.M. (Luftminen). Naast de zeer duidelijk te volgen, door de Duitsers aangelegde, infrastructuur zijn ook alle gezochte locaties gevonden. Wanneer de tegenwoordige satellietfoto genoeg wordt vergroot, zijn zowel paden als opslaglocaties nog goed zichtbaar.

Plekken waar bouwwerken hebben gestaan waren te herkennen aan een ietwat verhoogde ligging, soms door een andere vegetatie dan de omringende heide, rechthoekige begroeiing (struiken) rondom de plek waar ooit een bouwwerk stond, maar met name door de betonnen fundering die op vrijwel elke locatie werd aangetroffen. Doordat dieren (vermoedelijk konijnen of dassen) hun holen en burchten graven, komen kleine delen van deze platen van (gewapend) beton aan het oppervlak te liggen. Op sommige locaties was zelfs een gat tot ver onder de platen aanwezig.

Vondsten die her en der verspreid op deze heuveltjes lagen waren stukken beton, bakstenen (waarvan sommigen nog aan elkaar gemetseld), delen van dakpannen en metalen staven mogelijk bedoeld voor de wapening van het beton.

Figuur 5. Rechthoekige begroeiing op een klein walletje toont de locatie van een voormalig munitiebunkertje (locatie 1) (foto van de auteur). 

 OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Figuur 6. Hans bekijkt een gevonden (brommer- of motor?)band bij locatie 5. Het is op dit moment niet duidelijk of deze band in verband gebracht kan worden met de munitieopslag of het vliegveld. De Engelse tekst “FOR 1½ RIM” hoeft niet te betekenen dat het niet van Duitse makelij is of niet door Duitsers is gebruikt (foto van de auteur). 

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Figuur 7. Het wit geverfde stuk beton, zoals aangetroffen op het stuk afgeplagde heide op locatie 2 (foto van de auteur). 

 

Deel 2 – Panden in het Lufttorpedo gedeelte

De locaties van de drie grotere panden, op de Duitse kaart aangegeven met L.T. (Lufttorpedo’s), waarvan het lijkt dat ze dwars over de paden stonden, waren het vruchtbaarst wat betreft sporen en vondsten en hierdoor tevens eenvoudig te vinden. De heide waar het pand bij locatie 2 stond was tijdens ons veldbezoek afgeplagd. Hierdoor kwamen vele vondsten aan het licht.

Het gaat hier om een stuk bedrading, dat blijkbaar nog altijd onder de heide doorloopt, een stuk van een porseleinen isolator en het ook op andere locaties aangetroffen bouwmateriaal in de vorm van beton, bakstenen, glasscherven en metalen staven. Één stuk plat beton was wit geschilderd en was wellicht deel van een muur. Metalen sloten, hoogstwaarschijnlijk van munitiekisten, waren ook aanwezig.

Bovendien werd een opgerolde tube gevonden. Eens deze (thuis, in een bakje water) was uitgerold, bleek het te gaan om tandpasta van het merk Macleans, afkomstig uit Londen. Aangenomen wordt dat de tube is achtergelaten door Canadese militairen tijdens de ‘demob’-periode van Deelen. Het kan echter ook buitgemaakt zijn, en gebruikt door een Duits militair. Een derde optie is nog dat het van een Brits militair afkomstig is, uit de periode van de bevrijding van de omgeving van Arnhem.

Op de andere locaties (6 en 7) was de heide niet afgeplagd en waren de paden minder duidelijk zichtbaar. Toch werden zonder veel moeite de locaties teruggevonden. Dit door afwijkende vegetatie en opnieuw de fundamenten die niet overal door de heide worden bedekt. De fundamenten leken hier groter dan op de locaties bij deel 1. Onder de betonnen ‘platen’ was op sommige plekken metselwerk zichtbaar dat minstens 50 centimeter diep ging. Deze ‘tunnels’ hebben een onduidelijke functie. Ze lijken te klein om als gang te hebben gediend (bovendien zijn ze onder de betonnen fundamenten gelegen), maar kunnen wellicht de kruipruimte van de panden geweest zijn, maar dit ligt niet voor de hand. Het is niet duidelijk of deze ruimtes geheel afgesloten waren of dat ze indertijd toegankelijk waren.

 

Figuur 8. Een stuk bedrading op het stuk afgeplagde heide op locatie 2 dat onder de heide nog doorloopt (foto van de auteur).

Figuur 9. Door graafwerk van dieren werd deze ‘tunnel’ van circa 50 centimeter breed op verschillende punten blootgelegd. De diepte ervan is niet bekend. Duidelijk zichtbaar links is een stuk houtwolcementplaat dat werd gebruikt voor fundering van het plafond. Rechts is nog net een stuk oranje-rode dakpan te zien (foto van de auteur).

Figuur 10. Door deze oude bomenrij kon een pad teruggevonden worden dat thans niet meer in gebruik is. De kijkrichting is westwaarts. Links is nog net een bospad zichtbaar dat thans nog in gebruik is (foto van de auteur).

Ook hier werden de gebruikelijke resten van bouwmateriaal gevonden alsmede een stuk metaal dat waarschijnlijk tot de behuizing van een lamp behoorde en een klein stuk rubber dat wellicht diende als omhulsel voor een draad.

Deel 3 – Overige panden in oostelijk deel

In het oostelijk deel waren aan een pad enkele losse panden gelegen van verschillende vorm en grootte. Van deze panden werd niet de betonnen fundering in de vorm van een liggende plaat teruggevonden. Dit gebied was ook nauwelijks door dieren aangetast. Echter waren het weer het verschil in vegetatie, soms een ietwat hogere ligging ten opzichte van de omgeving en afwijkende begroeiing in een rechthoekige vorm rechthoekige begroeiing die de locaties aanwezen. Op het pad in de omgeving van locatie 8 lag een concentratie van leisteen. Eveneens op deze locatie stond een (naoorlogs?) betonnen paaltje met opschrift “N5”.

De paden tussen de locaties 10 en 12 waren moeilijk tot zelfs niet meer zichtbaar. Bij locatie 12 werden van beide gebouwtjes de betonnen fundamenten in de grond aangetroffen. De weg die hier noordwaarts leidt was geheel verdwenen. De zeven gebouwtjes die hier gestaan zouden moet hebben zijn niet teruggevonden. In deze gebouwtjes waren destijds KKM en ontstekers opgeslagen.

Deel 4 – Sporen in het bos in het noordoostelijk deel

Dit deel is later toegevoegd aan de opdeling. In het veld werden namelijk enkele sporen aangetroffen die (althans in het veld) niet werden geïnterpreteerd als behorende bij de munitieopslagpunten. Zij werden per toeval waargenomen toen wij op zoek waren naar deel 3, het enige deel waar de infrastructuur niet meer (duidelijk) herkenbaar is, namelijk in het stuk bos. Ze liggen meer oostelijk dan deel 3. Zowel op de Duitse kaart als op de Engelse luchtfoto is niets aangegeven of te zien in dit stuk bos.

Er werden twee vierkante en een langwerpige kuil, beide ondiep, waargenomen op nog geen 20 meter van elkaar verwijderd. Het is mogelijk dat, als het hier niet om opslagpunten of onderkomens gaat, hier wel fundamenten hebben gestaan, bijvoorbeeld voor geschut. In een van de kuilen lag een stuk beton. Dat de sporen bij een stelling hoorden lijkt in eerste instantie onwaarschijnlijk: de sporen zijn er te mooi afgewerkt en egaal voor.

 

Figuur 11a en 11b. De vierkante kuil is op de onbewerkte foto niet goed zichtbaar, maar is in het echt zeer scherp omlijnd. Erin lag een klein stuk beton (foto van de auteur). 

Onderzoeksresultaten

In conclusie kunnen de volgende resultaten gepresenteerd worden:

–          De infrastructuur tussen de voormalige bouwwerken is, in het Luftminen-deel, grotendeels intact gebleven in de vorm van goed herkenbare en bewandelbare paden. Meer naar het noorden toe, in het Lufttorpedo-deel, is het minder herkenbaar. Dit geldt ook voor het oostdeel van het Lager, met name in het bos. Hier is het oorspronkelijke pad soms nog terug te vinden door een bomenrij;

–          Vrijwel alle voormalige bouwwerken die op de Duitse kaart staan, die zijn bezocht zijn teruggevonden. Dit was meestal mogelijk doordat de betonnen funderingen en concentratie van bouwmateriaal (met name bakstenen en delen van dakpannen) aan het oppervlak zichtbaar waren. In sommige gevallen was slechts één van deze sporen aanwezig;

–          Niet alleen de resten op de exacte locaties van de bouwwerken werden teruggevonden. Ook afvalkuilen in de directe omgeving hiervan, met daarin gestort (bouw)materiaal werden waargenomen. Deze materiaalconcentraties zijn sporen van secundaire aard, terwijl de fundamenten van primaire aard zijn;

–          Zowel de bouwwerken bij deel 1 als 2 waren hoogstwaarschijnlijk opgetrokken uit baksteen en bedekt met dakpannen. De gebouwtjes werd ondersteund door een fundament van (gewapend) beton, waarschijnlijk om verzakking te voorkomen, wellicht vanwege het grote gewicht van de opgeslagen bommen;

Ook kan er op de delen en soms zelfs exacte locaties specifieke informatie gegeven worden die voortkomt uit de resultaten van het veldbezoek.

Het was door het vooronderzoek van Hans reeds bekend dat het bezochte gebied dienst deed als munitieopslagdepot voor voornamelijk vliegtuigmunitie. Een aanwijzing uit het veld hiervoor is de vondst van twee sloten van munitiekisten. Deze sloten waren echter universeel en kunnen van allerlei soorten munitiekisten afkomstig zijn.

Over de langwerpige gebouwen (deel 2) kan nog iets anders opgemerkt worden. Zij beschikten waarschijnlijk over elektriciteit. Hier wijzen de vondsten van een deel van een porseleinen isolator en wat waarschijnlijk een kap voor een lamp was, op. Ook komt bedrading (van onbekende aard) voor. Waarschijnlijk was het hele Luftminenlager voorzien van elektriciteit. Dit kan worden afgeleid uit het feit dat de bedrading onder de heide door loopt, richting andere gebouwen.

De gebouwen bij deel 3 waren waarschijnlijk van andere aard dan munitieopslag. Men moet hier denken aan onderkomens voor personeel, een kantoor of een opslag voor ander materiaal dan munitie. Dit is enkel gebaseerd op de afwijkende vormen van de gebouwen en de ligging. Op deze locaties zijn geen vondsten of sporen aangetroffen die dit vermoeden kunnen bevestigen. Eveneens in deel 3, maar in het bos, waren KKM en ontstekers opgeslagen.

De sporen bij deel 4, het deel dat zowel tijdens de oorlog als nu uit bos bestaat, hebben vermoedelijk eveneens een andere functie dan munitieopslag gehad. Wellicht vallen deze sporen zelfs buiten het eigenlijke munitieopslagcomplex. Door de vormen (scherp vierkant en rechthoekig) wordt niet direct gedacht aan stellingen of loopgraven. Tevens is het opmerkelijk om geschut in de directe nabijheid van opgeslagen munitie te plaatsen (de dichtstbijzijnde opslagbunkertjes stonden op nog geen 50 meter afstand), in verband met explosiegevaar.

Het is een mogelijkheid dat dit deel aan het eind van de oorlog (vanaf eind september 1944, toen het vliegveld zijn belang en functie begon te verliezen) een andere functie kreeg, bijvoorbeeld in de vorm van een stelling. Dit zou kunnen worden bevestigd door het feit dat de infrastructuur en gebouwtjes in deze directe omgeving (ten noorden van locatie 12) niet meer werden teruggevonden. Echter kan dit ook liggen aan de bouwwijze van deze bouwwerken. Op de kaart worden ze een stuk kleiner aangegeven dan de andere bouwwerken. Het is mogelijk dat ze bijvoorbeeld van hout waren waardoor ze in het veld niet meer zichtbaar zijn. Hier zouden enkel grondsporen onder het maaiveld op kunnen wijzen.

Ook de Duitse kaart en de Engelse luchtfoto’s tonen deze sporen niet. Het is dus zeer goed mogelijk dat deze sporen niet behoren tot de primaire functie van de Fliegerhorst, en er mag zelfs rekening gehouden worden met de mogelijkheid dat de sporen van naoorlogse aard zijn. Het ligt echter niet voor de hand dat het terrein van de Hoge Veluwe is gebruikt voor militair oefenterrein van het Nederlandse leger na de Tweede Wereldoorlog. Een naoorlogse vondst is mogelijk de tandpastatube, afkomstig uit Engeland. Deze kan in verband gebracht worden met de aanwezigheid van Canadese militairen. Het is bekend dat ‘zoekers’ menig Canadees materiaal op het voormalige vliegveld hebben aangetroffen.

Evaluatie en archeologische verwachting

 

Onderzoeksmethode

Het door middel van documentatiemateriaal het gebied te verkennen, is goed bevallen. Dit had met name te maken met het feit dat de infrastructuur voor minstens 80% (schatting) nog makkelijk te herkennen was. De paden die voor het Luftminenlager zijn aangelegd zijn voor een groot deel nog aanwezig en zijn deels zelfs opgenomen in wandelroutes. Het is voor te stellen dat wanneer dit minder het geval is, meer vooronderzoek nodig is om letterlijk een beeld te kunnen vormen wanneer het veld worden betreden. Echter zijn er genoeg indicatoren die kunnen wijzen op de oorspronkelijke infrastructuur en ligging en vorm van gebouwen, zoals begroeiing in rijen, verschil in begroeiing. Tevens moet gelet worden op holen en burchten van dieren. Hierdoor kunnen zoveel sporen (in de vorm van fundamenten) als vondstmateriaal aan het licht komen.

Omdat niet het hele depot is bezocht (omdat van tevoren het idee van een verslag over dit bezoek nog niet bestond) is het zinvol om nog eens terug te keren naar de plek om zo op een systematische manier het hele Lager, of een duidelijke vooraf afgesproken afbakening hiervan, te bezoeken en te toetsen. Dit vereist tevens meer specifieke vooronderzoek en een doelstelling.

Grondgebruik

Het bezochte gebied ligt binnen het park De Hoge Veluwe maar dit betekent niet dat het gebied beschermd is. Zoals eerder gemeld wordt de oorspronkelijke infrastructuur van het Lager gebruikt voor wandelpaden en –routes en slingert er een fietspad dwars doorheen. Een leek zal eraan voorbij lopen, maar door de goed zichtbare kuilen en fundamenten kan de nieuwsgierigheid al snel gewekt zijn. ‘Zoekers’ echter, tonen zich liever niet te dicht bij de bewoonde wereld of (in dit geval) langs drukbezochte paden. Bovendien moet voor toegang tot het park entree worden betaald. Dit laatste kan weer in het voordeel werken van de bescherming in situ van de vindplaats tegen ‘zoekers’.

Het gebied is niet beschermd geweest tegen invloed van dieren, wat in het veld ook duidelijk is vastgesteld door de vele gaten die waren gegraven op de locaties van voormalige bouwwerken. Dit kan op den duur een vernietigende factor zijn. Ook door het plagwerk van De Hoge Veluwe zelf kunnen sporen en mogelijke vondsten verdwijnen.

 

Figuur 12. Een berg vondsten zoals ze bij elkaar lagen op een afgeplagd stuk heide. Het gaat hier om bakstenen (deels nog aan elkaar gemetseld) en metalen staven (foto van de auteur).

 

Figuur 13. Een aangetroffen tube tandpasta (foto van de auteur).

 

Archeologische verwachting

Vondsten en concentraties daarvan aan het maaiveld kunnen het best verwacht worden in afgeplagde stukken heide. Het dient dan ook zeker de moeite om een kijkje te nemen op plekken waar dit recentelijk is gebeurd. Het gaat hier niet alleen om bouwmateriaal, maar ook uniekere vondsten die soms specifieke informatie geven, zoals sloten van (munitie)kisten, een stuk van een isolator of bedrading. Sommige van deze vondsten zijn relatief in situ: de draden bijvoorbeeld lopen nog altijd onder de heide door.

Op andere plekken kunnen sporen gevonden of vondsten gedaan worden waar wilde zwijnen hebben gewroet, konijnen of vossen een hol of dassen een burcht hebben gegraven. Deze objecten zijn dan wel opgespit en dus ex situ: zij komen waarschijnlijk wel uit de omgeving van de vindplaats. Dit geldt uiteraard niet voor sporen: het overgrote merendeel van de betonnen fundamenten van de bouwwerken waren vindbaar en deels zichtbaar door gaten gegraven door dieren. Deze fundamenten liggen nog op hun oorspronkelijke plek.

Advies

Het ligt buiten de functie van dit verslag om een serieus advies te geven over het beheer van het gebied, en de eventuele Archeologische Monumentenzorg (AMZ), dat geformuleerd zou kunnen worden voor de munitieopslag die hoorde bij het voormalige Duitse Fliegerhorst Deelen tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Wel kan er aandacht worden gevraagd voor het (niet direct zichtbare) bodemarchief. Ongeveer een decennium geleden zijn de nog bestaande (bovengrondse) bouwwerken uit de Duitse tijd van vliegveld Deelen (die buiten het terrein van de Hoge Veluwe liggen) tot Rijksmonument verheven. Hierbij is echter geen rekening gehouden met het bodemarchief: alle resten van bouwwerken en andere sporen en vondstmateriaal dat zich (deels) onder de grond bevindt.

Dit verslag kan wellicht een start zijn om hier verandering in te brengen zodat ook dit bodemarchief beschermd wordt tegen mens, dier en de tand des tijds zodat in de toekomst gedegen onderzoek gedaan kan worden naar dit fascinerende en nog grotendeels onbekende stuk geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog.

 

Dit verslag verscheen oorspronkelijk als bijlage bij de eindscriptie van de auteur (Reinders 2012). In deze online versie zijn locatiespecifieke gegevens weggelaten.

 

 

Literatuur

 

Reinders, M., 2012: “Ik maak mij groote zorgen over de behandeling van dit mooie gebied”. Een cultuurhistorisch en archeologisch onderzoek naar het Duitse Munitionslager tijdens de Tweede Wereldoorlog in Hoog Soeren, gemeente Apeldoorn (intern rapport Saxion Hogescholen).

Timmerman, H., 2012: Transport in oorlogstijd. Het Duitse spoor van Wolfheze naar Vliegveld Deelen, in Brouwer, M. et al. (red.), Gelders Erfgoed, Arnhem, 9-12.

Vosseveld, R., 2012: Landschap in verandering, in Vlis, I. van der (red.), Militairen op de Veluwe, Amsteram, 59-88.

Vredenberg, J., 2012: Bouwen voor de krijgsmacht, in Vlis, I. van der (red.), Militairen op de Veluwe, Amsteram, 89-120.

 

 

Tabel 1. Sporenlijst

Nr. Omschrijving Interpretatie Locatie
1 Paden (infrastructuur)
2 Rechthoekige begroeiing Oorspronkelijke begroeiing langs bouwwerk 1
3 Betonnen fundering 1, 2 t/m 7, 12
4 Open plek met rechthoekige begroeiing Oorspronkelijke begroeiing langs bouwwerk(en) 9
5 Rij oude bomen Oorspronkelijke begroeiing langs weg 10
6 Twee rechthoekige, ondiepe en een langwerpige kuil Overblijfsel houten bouwwerken? 11

Tabel 2. Vondstenlijst

Nr. Omschrijving Interpretatie Locatie
1 Stuk porseleinen isolator 2
2 Kabels 2
3 Stukken houtwolcementplaat Plafondfundering 2, 6, 7
4 Glas 2, 6, 7
5 Twee sloten (munitie?)kisten 2
6 Metalen staven Onderdeel fundering (gewapend beton) 2, 5, 6, 7
7 Bakstenen, los en gemetseld Bouwmateriaal 1 t/m 7, 12
8 Een stukje leer of rubber 2
10 Rubberen band met opschrift “FOR 1½ RIM” Brommer- of motorband? 5
11 Metalen kap met drie ‘armen’ Kap voor lamp? 6
12 Rubberachtig cilindertje Omhulsel kabel? 6
13 Betonnen paaltje met opschrift “N5” Grenspaaltje? 8
14 Stuk wit geschilderd beton Muur? 2
15 Dakpannen, rood-oranje, donkerblauw-zwart 2 t/m 7
16 Concentratie stukjes leisteen Dakbedekking of versteviging pad 8
17 Tube tandpasta “Macleans” Van Canadese militair? 2

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

Blog at WordPress.com.

Up ↑

%d bloggers like this: